Ingedeeld onder: Uncategorized

Voor mij getekend door dP van dp-spot; http://dp-spot.blogspot.com
Er van overtuigd dat materialisme en armoede van geest hand in hand gaan, zou ik geneigd zijn mij van al het overbodige te ontdoen. In theorie, want in praktijk zou dat betekenen dat ik alles van materie aan de deur moet zetten…
Ingedeeld onder: Mijmeringen
De wereld is druk, gehaast, en nooit is er tijd om stil te staan. Ons wakkere leven verkopen we voor een minimum loon. We verruilen ons warme bed voor wasemende files. De chansons van vroeger worden verruild voor snelle ritmes met hevige beats. Hyperactieve dj’s houden zich tijdens het nieuws even serrieus om ons morgen na morgen te vermelden dat het land in algehele malaise dreigt op te gaan. Ons werk is hard en lethargisch…
00.15: De stad slaapt, ik glijd van straat naar straat, maar nergens een levende ziel te bekennen. Terwijl ik zonder richtingaanwijzers door het hart van de kempen rijd, voel ik mij voor het eerst vandaag vrij. Er is niemand meer, de wereld is aan mij.
00.30: Ik parkeer mijn wagen, zonder hinder van verkeer. Op de straat is er niets te horen behalve mijn weergalmende voetstappen. Zelfs een sleutel in het slot lijkt een inbreuk op die stilte. Als een dief in de nacht, sluip ik naar binnen. Er is niemand thuis behalve de kat. Op weg naar de keuken, zet ik de tv aan.
“Stakingen wegens de verminderde koopkracht, 3 op 4 studenten heeft last van stress tijdens de examens, …”
Ik beroof de ijstkast, knip de tv uit en laat de deur weer in het slot glijden.
01.00: Tijd om te beginnen met waarvoor ik ben opgestaan. Niet om mijn prikkelgehalte op peil te houden met koffie. Maar om te lezen in mijn boek en om te zijn, zomaar, onvoorwaardelijk. Ik rijd naar één van mijn favoriete plekjes, een verlaten zandparking aan het donkere gedeelte van een haventje dat slechts langs één kant bebouwd is. De gevels aan de andere kant zijn verlicht, het havenkroegje is nog open, maar er zitten geen klanten, iedereen slaapt.
-Lacune-
02.00: Ik schrik wakker uit mijn boek, een uur lang bevond ik me op een bloederig slagveld, waar enkele vogelvrijen zichzelf hadden verhuurd om te strijden voor een edelman…
Ik start mijn motor.
Ik rijd rond, zonder doel, zomaar, omdat het fijn is om vlot doorheen deze wereld te dwalen.
02.30: Ik rijd over een oude landweg, bij het licht van de koplampen doemt iets op, iets dierlijks. zo snel dat ik er al overheen reed voor ik het zag. Het duurde niet lang voor het schuldbesef mijn maag vond. Maar eens het daar zat, draaide ik mijn auto om en reed traag de gereden weg terug, op zoek naar mijn slachtoffer. Het was een egel, hij had zich in een bolletje gerold en lag gezond en wel middenop de baan. “Jij kleine gelukzak” grijnsde ik. Even dacht ik er over om hem in de berm te leggen, maar ik bedacht me. Het was nacht en de baan was van hem.
02.32: Ik rijd voorzichtiger, aangezien er blijkbaar heelwat nachtdieren op de baan zijn. Konijnen lopen voor mijn auto uit. Ik rij nog trager zodat ze van de baan kunnen wippen om zich in de berm te schuilen. Een soort nachtelijke file, maar deze wasemd geen Co2 uit, enkel rust.
Piaf zingt: “padam padam…”
Zouden er meisjes zijn, die net als ik door de straten en velden rijden, op zoek
naar rust en romantiek? Zouden die nu naar dezelfde maan kijken en opletten voor overstekende konijnen? En zouden die zich afvragen of er jongens zijn, die net als hen door de straten en velden rijden, op zoek naar rust en …
Ik hoop van wel.
…
4.00: Ik vergeet de wereld, geef me over aan het warme dons, en laat me zoetjes tot slapen sussen.