De gekgeworde kraanman, trapte plankgas. Het ijzeren monster op rupsbanden, dat eerst zo doods leek, kwam nu krijsend tot leven. Verschrikt liet ik de bom vallen, die ik aan het ontmantelen was en zocht de ogen van de bestuurder. Weg, ze waren weg, verscholen achter de aangedampte glazen van zijn bril, zijn neusvleugels wijd opengesperd en zijn tanden ontbloot, kwam hij hoonlachend op mij afgestormd. Ostentatief zuchtend, veegde ik mijn handen af aan mijn, van fluorescerende strepen voorziene, maatpak, dronk een slok single malt uit een blikken veldflesje, knipoogde naar de dichtst bijzijnde vrouwelijke collega, wierp een blik op mijn horloge, stelde treurig vast dat ik de pauze zou gaan missen, en sloeg toen op de vlucht. De kraanman liet zijn klauw open en dichtklappen, als een stalen T-rex. Een onschuldig voorbijwandelende dielf het onderspit toen de klauw hem van het wegdek plukte en van zich afwierp, als was hij een stuk speelgoed. Toen de kraan langzaam terrein won, sprong ik op een voorbijrijdende heftruck, opende het portiek, kegelde de inzittende op het afvalt en wees met mijn stalen vorken richting vrijheid. Na te hebben geslalomd doorheen een parcour van toevallige hindernissen, waar de kraan vlot door en overheen reed, barstte hij uiteindelijk doorheen de muur, waarachter ik mij verscholen had, om dan luid krijsend, als wanneer staal buigt, om te kantelen en op zijn zij te vallen. De klauw ging nog eenmaal open en dicht en bleef toen dicht. Het monster was dood, het gevaar was geweken. De kraanman klauterde uit de cabine, bedolven onder het stof en beloofde om het vakantiehuisje dat hij pardoes bovenop een indiaanse begraafplaats had gebouwd, die zelfde avond nog met de grond gelijk te maken, nooit meer krankzinnig te worden en mij te trakteren op een martini “shaken not stirred” in de kantine. Luid juichend kwamen de collega’s, die zich hadden verstopt, uit hun schuilplaatsen, de mannen sloegen zich luid op de borst en zwoeren dat ze ooit zo kloek als mij zouden worden, de vrouwen wierpen kushandjes en en lonkten naar mij met tedere blikken.
Het was toen, meneer de grote baas, dat ik, in mijn overmoed, de heftruck nam, drie maal in het rond draaide en de rij met mannelijke collega’s afreed om vanuit het portiek “high fives” uit te delen. En het was kort daarop, meneer de grote baas, dat ik blind van vreugde, over de voet van Erwin reed, waardoor hij naar het ziekenhuis moest.
Tegenover mij had de man die ik “meneer de grote baas” noemde, zijn lip opgetrokken als een haas, en onder zijn oog was een zenuw vervaarlijk aan het trekken. Het was pas toen er schuim op zijn lippen kwam dat ik de ernst er van in zag. Daarna werd ook hij naar het ziekenhuis gevoerd. Volgens de dokter was hij zodanig innerlijk in razernij ontstoken, dat hij er een longontsteking door had opgelopen.
Later die dag toen ik mij afmelde en al strompelend, van de mij getrakteerde martini’s, naar mijn kastje ging, om mijn rugzak en autosleutels, vond ik daar op het deurtje een hele resem post-its met daarop de telefoonnummers van veelbelovende dames. Glimlachend gooide ik mijn autosleutels in de lucht en ving ze vaardig weer op. Wat was het schitterend om een beroepsavonturier te zijn!
(Dit schrijven werd opgedragen aan Geert, mijn baas, die in het ziekenhuis ligt
met een longontsteking en aan Erwin, de collega die een week inmobiel was omwille
van mijn heftruck kunsten. Beste Erwin, mogen u voeten nooit meer mijn wielen vinden!)
1 Reactie tot nu toe
Plaats een reactie
Plaats een reactie
Automatische regel en alinea afbreking, email adressen nooit getoodn, toegestane HTML:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>
Hier is het bewijs : 007 kan ook een off-day hebben
Reactie door micheleeuw februari 5, 2008 @ 8:08 pm